Waartoe...?

Tussen Pasen en Pinksteren een herinnering van onze huisblogger H. met een flinke katholieke tint, gebaseerd op die ene, die éne vraag die er echt toe doet.

Ja, waartoe zijn wij op aarde? Ik weet het antwoord wel, denk ik, maar voor alle zekerheid heb ik mijn oude, keurig gekafte, catechismus van de zesde klas lagere school er toch maar even bij gepakt. Tenslotte gaat mijn geheugen behoorlijk achteruit, en wie weet kan een theologische onjuistheid me later nog lelijk opbreken. Maar nee, ik kan gerust zijn, het antwoord luidt inderdaad: 'Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en hiernamaals gelukkig te zijn'. Het is dus niet louter zwoegen en afzien om de Heer welgevallig te zijn, nee, je wordt er ook nog eens gelukkig van. En niet alleen in het hier en nu, later breekt het feest pas echt los. Het heeft mij altijd verbaasd dat ook oprecht gelovige christenen/katholieken geen enkele haast vertoonden om het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen. Dominees, priesters ook, bisschoppen idem dito: geen enkele haast.

Vervang trouwens 'God' door 'Geld' en 'dienen' door 'verdienen' en je hebt een aardige eigentijdse, neo-liberale variant, maar dat terzijde.

Onze jeugd was doordesemd van het katholieke geloof en de bijbehorende rituelen: elke zondag naar de kerk, 1 keer in de maand met je klas gaan biechten op een vrijdagmiddag (en in afwachting van je beurt wanhopig op zoek naar een beetje stevige zonden om je biechtvader niet teleur te stellen), om 15.00 uur in de kerk op Goede Vrijdag, pracht en praal met Kerstmis en de wederopstanding gekoppeld aan eieren zoeken met Pasen etc. etc.

Teneinde ook wat structurele kennis omtrent het geloof te verwerven, moesten wij op de lagere school de catechismus van buiten leren. Die begon met het Onze Vader en het Weesgegroet, gevolgd door De Twaalf Artikelen van het Geloof, de Vijf en de Tien Geboden en de Oefeningen van Geloof, Hoop en Liefde. Daarna kwamen de vragen en antwoorden voor klas 3, 4, 5 en 6 per thema door elkaar, de eenvoudigste voor klas 3 en de moeilijkste voor klas 6.

In klas 3, 4 en 5 werd 1 keer in de week de opgegeven stof overhoord door de onderwijzer. Dat verliep, voor zover ik me kan herinneren, zonder veel opwinding. In de 6de klas werd overhoord door mijnheer pastoor zelf: een oude, chagrijnige en ongeduldige boerenzoon uit het West-Brabantse. Als je in gebreke bleef bij het beantwoorden van de vragen, liet hij je voor de klas komen en snauwde: "Op oew knieën, loemp vèèrreke, en pòòten omhoog." En daar zat je dan tot het eind van de catechismusles lomp varken te wezen op je knieën met je armen omhoog. Ik verzeker U: geen pretje.

Toen al had ik de indruk dat mijnheer pastoor gaandeweg de Oefening van Liefde vergeten was:
Uit liefde tot U
bemin ik ook alle mensen als mijzelf.
Heer, geef mij steeds meer liefde!

H.

Reageer op deze blog >


H. is gepensioneerd leraar. Hij schrijft over het leven dat hij leidt en de ups en downs die hij meemaakt. Ook over zijn gezondheid en de problemen die hij daarmee ondervindt. H. heeft de ziekte van Parkinson. Het proces daarvan lijkt op dementie, onder meer op het gebied van geheugenproblemen. En: deze ziekte verhoogt zijn kans op dementie.

blog

'Enjoy the little things in life because one day you`ll look back and realize they were the big things'.

(Kurt Vonnegut)
©2017 Brabantse proeftuin dementie. Alle rechten voorbehouden.