Ge...

Hij doet het niet zo vaak, H.: op een niet mis te verstane manier de brug slaan tussen een herinnering en zijn mening over de actualiteit. In deze februariblog wél.

De trein bracht ons van T. naar Den H., alwaar ons een heel mooie tentoonstelling wachtte van Hollandse Meesters uit Engelse landhuizen. 2 bankjes verderop zaten 2 jonge vrouwen (oude meisjes?) vrij luidruchtig te praten, grotendeels onverstaanbaar omdat ook de rest van de coupé zich bepaald niet onbetuigd liet. Tegen deze akoestische achtergrond klonk plotseling boven alles uit het woord 'gezeik'. De geluidsdeken was even als een slechts lichtjes golvend heideveld, en plotseling steeg daaruit niet een jubelende veldleeuwerik loodrecht omhoog maar een vals sissende vuurpijl: 'GEZEIK'.

Dat voerde me terug naar mijn jeugd. Mijn moeder, opgevoed in een weeshuis in B. door nonnen en daarna, tot ze met mijn vader trouwde, werkzaam in een 'dienstje' als inpandig dienstmeisje, was aangeraakt door beschaafde omgangsvormen en eiste die ook van ons. Voor ons kinderen was dat geen enkel probleem: er liepen onzichtbare grenslijnen over de drempels van de voor- en achterdeur. Buiten pasten we ons (enigszins) aan aan de ruwe mores die daar heersten, en thuis kwam er geen onvertogen woord over onze lippen. Zelfs mijn vader was getemd, behalve af en toe als hij zich mee liet slepen door een van zijn stoere verhalen waarin hij steevast een opponent een toontje lager deed zingen. Maar dat kenden we, en ook hij werd onmiddellijk gecorrigeerd.

De vanzelfsprekendheid waarmee wij ons aan de ongeschreven wetten op dit gebied hielden, liep bij mij een ernstige deuk op toen ik als 5- of 6-jarige in het ziekenhuis belandde met een ernstige longontsteking. Ik overleefde het, met dank aan de Amerikanen die volgens mijn moeder na de tweede wereldoorlog penicilline geïntroduceerd hadden in ons land.

Van het ziekteproces herinner ik me niks. Wat me bijgebleven is, is het moment dat ik een verpleegster riep omdat ik naar de WC moest. Ik deelde haar mee dat ik moest “drukken”. Ze keek me aan of ze het in Keulen hoorde donderen, liet mij de vraag 1 of 2 keer herhalen en riep toen opgelucht: “Oh, je moet poepen!” Poepen, lullen, zeiken, het was toentertijd onbestaanbaar dat dergelijke termen bijvoorbeeld op de radio (tv was er nog niet) te horen zouden zijn. Het was alsof een tsunami van straattaal de ruim bemeten ziekenzaal binnenstroomde. Geschokt omdat ik dit niet mocht maar wel moest bevestigen, en omdat een volwassene de ons ingeprente grens overschreden had zonder onmiddellijk dood neer te vallen, gaf ik toe dat dat was wat ik bedoelde. We overschreden samen een grens.

Sindsdien heb ik heel wat grensoverschrijdingen meegemaakt, met als triest dieptepunt enige tijd geleden de voetbaltrainer die in een ongearticuleerde stroom de kwaliteit van zijn keeper zo’n keer of 8 omschreef met verwijzing naar het vrouwelijk geslachtsorgaan.

Is dit heel erg? Nee, heel erg is dit niet. Heel erg is een kind dat moet sterven omdat de benodigde medicijnen niet beschikbaar zijn, omdat ze te duur zijn of er onvoldoende winst op gemaakt wordt, heel erg is dat mensen buiten hun schuld in oorlogsgeweld terechtkomen, heel erg is mensen op de vlucht die verdrinken in de Middellandse Zee, heel erg is zoveel op deze mooie wereld dat je er wel eens moedeloos van wordt.

Maar toch. Maar toch!
H.

Reageer op deze blog >


H. is gepensioneerd leraar. Hij schrijft over het leven dat hij leidt en de ups en downs die hij meemaakt. Ook over zijn gezondheid en de problemen die hij daarmee ondervindt. H. heeft de ziekte van Parkinson. Het proces daarvan lijkt op dementie, onder meer op het gebied van geheugenproblemen. En: deze ziekte verhoogt zijn kans op dementie.

blog

'Enjoy the little things in life because one day you`ll look back and realize they were the big things'.

(Kurt Vonnegut)
©2017 Brabantse proeftuin dementie. Alle rechten voorbehouden.