Buurman

Over groot en klein(er worden). Als je al een thema zoekt in de decemberblog van onze huisblogger. Hoe dan ook: niet zomaar een herinnering van H.

Naast ons woonde buurman S., voor mij een GVR (GVR, U weet wel, de Grote Vriendelijke Reus, van Roald Dahl). Dat wil zeggen, erg groot was hij niet, nu ik er over nadenk zelfs eerder klein, maar wel 1.40 meter breed. Indrukwekkend dus. En ik was natuurlijk klein!

Hij behoorde tot de categorie medebewoners die van maandagochtend tot zaterdagavond de Zeeuwse klei te lijf ging: sloten graven, draineerbuizen leggen, dat soort werk.

Op mooie, late zaterdagavonden was het niet ongebruikelijk hem terug te zien keren van werk en daaropvolgend cafébezoek. Met de blik naar binnen gekeerd, in dialoog met de vraag naar de zin van het bestaan, draaide hij op z’n brommer onze met kinderkopjes geplaveide straat in, minderde vaart, viel om en kwam in een regen van vonken tot stilstand, of liever gezegd: tot stilligging.

In slow-motion worstelend met de zwaartekracht hees hij zichzelf en zijn voertuig onder de goedkeurende en geamuseerde blikken van de halve straat overeind en begaf zich wankelend, ook weer mét brommer, via het smalle gangetje naast ons huis door zijn voordeur naar binnen.

In Shakespeare’s Macbeth houdt de poortwachter een lofzang op alcohol. Hij zegt onder meer "… It makes a man stand to and not stand to". Met andere woorden: met een flinke neut in je bast, wil je wel maar kan je niet. Nou, onze buurman logenstrafte deze bewering met glans. In de liefde was het met hem als met de brommer: hij kon beter rijden dan stoppen. In de kerk kwam hij niet, en ja, dan kan je ook niet voor het zingen de kerk uit (1), dus plengde hij zijn zaad op des buurvrouws vruchtbare akkertje.

Negen maanden later lag het resultaat van zijn noeste (over)werk dan weer in de wieg te blèren, terwijl onze lieve, rustige buurvrouw er weer een slagje uitgezakter, vermoeider en lijdzamer uitzag.

Vele jaren later, toen ik met goede vrienden een bezoek bracht aan mijn oude buurtje, zag ik een van de buurjongens van weleer, die het tuintje naast mijn ouderlijk huis aan het fatsoeneren was. Hij vertelde me dat zijn moeder nog leefde, en ging haar roepen. In de deuropening verscheen een onherkenbaar oud besje dat mij begroette en onmiddellijk begon aan de waslijst van kwalen die haar kwelden. De grootste boosdoener was haar rug.

Ik nam de litanie in ontvangst en informeerde naar haar man. De beer bleek al vele jaren eerder geveld, tesamen met de zware handarbeid waaraan hij zijn leven gegeven had verdwenen in de mist van de tijd. Zoals bijna alles trouwens in ons buurtje: de mensen, de huisjes, de achterdoorgangetjes: gekrompen, verrot, dood, weg.

Zelf ben ik inmiddels ook gekrompen.
Drie centimeter!

H.

(1) Voor de jongeren onder U: dit is een grapje, juist als je wél naar de kerk ging, mocht je niét voor het zingen de kerk uit!

Reageer op deze blog >


H. is gepensioneerd leraar. Hij schrijft over het leven dat hij leidt en de ups en downs die hij meemaakt. Ook over zijn gezondheid en de problemen die hij daarmee ondervindt. H. heeft de ziekte van Parkinson. Het proces daarvan lijkt op dementie, onder meer op het gebied van geheugenproblemen. En: deze ziekte verhoogt zijn kans op dementie.

 

blog

'Enjoy the little things in life because one day you`ll look back and realize they were the big things'.

(Kurt Vonnegut)
©2017 Brabantse proeftuin dementie. Alle rechten voorbehouden.