Onderzoek!

De Brabantse proeftuin dementie doet veel onderzoek. Onderzoek? Het gaat toch juist om de mensen thuis? Onze onderzoekers vertellen alles over de meerwaarde ervan.

Liselore Snaphaan, senior-onderzoeker en coördinator van het onderzoek bij de proeftuin (links op de foto) en Janine Timmers, docent-onderzoeker, leggen uit waarvoor dat onderzoek nodig is, en hoe het werkt.

Waarom is onderzoek voor de Brabantse proeftuin dementie zo belangrijk?

Liselore: "We willen vanuit ons onderzoek en de wetenschappelijke literatuur de praktijk ondersteunen. Zo willen we de mensen die leven met dementie helpen om zo prettig mogelijk thuis te wonen. Bijvoorbeeld met producten en diensten die echt voldoen aan hun behoefte. Of met oplossingen die ervoor zorgen dat die producten en diensten mensen met dementie daadwerkelijk bereiken. Het is praktijk gedreven onderzoek, onderbouwd door wetenschappelijk kennis."

Janine: "De zorg is aan het veranderen. Niet alleen groeit het aantal mensen met dementie sterk, ook willen zij steeds meer de regie houden over de eigen gezondheid, welzijn en zorg. Deze veranderende zorg, samen met nieuwe maatschappelijke en technologische ontwikkelingen, stellen nieuwe eisen aan zorgprofessionals. De onderzoeksprojecten van de Brabantse proeftuin dementie richten zich op innovaties die hiermee rekening houden, zoals (technologische) ondersteuning om prettig en langer thuis te leven en het maken van weloverwogen keuzes door de mensen zelf. Het is van belang om hierbij vanaf het begin af aan studenten in mee te nemen, want zij zijn tenslotte de zorgprofessionals van de toekomst! Vandaar we het bij de Brabantse proeftuin dementie zo belangrijk vinden om studenten een belangrijke rol geven in de onderzoeksprojecten. Zij kunnen de opgedane kennis direct meenemen in hun werk."

De praktijk, wat bedoelen jullie daarmee?

Liselore: "Dat moet je heel breed zien. Voorop staan de mensen met dementie en hun mantelzorgers. Dan is er de zorg: verpleegkundigen, casemanagers, fysiotherapeuten en mensen aan de beleidskant. Vervolgens het bedrijfsleven: meestal kleine ondernemers die vanuit een passie innovaties bedenken en ontwikkelen. Onderzoekers houden de wetenschappelijke toets van de bevindingen in de gaten. En studenten helpen ons vaak met het verzamelen van antwoorden op onze vragen."

Janine: "De studenten leren veelal in en van de praktijk. Dit kan zijn tijdens stages of bij hun afstudeeronderzoek. Ze maken ook actief deel uit van de onderzoeksprojecten op het community of practice (cop)-niveau. Zij leren hier belangrijke vaardigheden, zoals terugkijken, signaleren wat wel en wat niet goed ging, proberen dat te verklaren en dan ook meteen uitgangspunten formuleren voor verbetering. Zij ontwikkelen hierbij nieuwe handelingen die ze meenemen naar de beroepspraktijk."

Maar hoe zorg je ervoor dat de praktijk ook écht beter wordt, van het onderzoek?

Liselore: "Elke cop bestaat uit vaste bouwstenen en er zijn een paar eisen waar elke cop aan moet voldoen. Daardoor kunnen we de cop’s onderling goed vergelijken. Zo leren we niet alleen wat over die betreffende cop, maar ook op grotere schaal. We kijken voortdurend naar de overkoepelende bevindingen: wat werkt, wat niet, welke organisatorische belemmeringen zijn er? Als we bijvoorbeeld bij tien projecten eenzelfde dilemma tegenkomen, dan kunnen we ons afvragen: waarom werkt dat zo? Hoe kunnen we dit oplossen?"

Janine: "Ja, en daarnaast stellen we ook de vraag 'Hoe kunnen we deze opgedane kennis weer meenemen naar een volgende cop?' Dit is natuurlijk heel belangrijk. Zo zijn we nu bijvoorbeeld bezig met een cop die zich via een pilotproject richt op mensen met een niet-westerse afkomst: bouwen aan vertrouwen. De opbrengsten onderzoeken we en het geleerde nemen we mee naar volgende projecten. We willen juist weten wat goed ging en wat minder goed."

Welke gemeenschappelijke kenmerken hebben de cop’s dan?

Liselore: "Het gaat altijd om een lokaal initiatief. Elke cop heeft een doel- en vraagstelling, en het gaat altijd om pragmatische oplossingen die de mensen thuis kunnen helpen. Ook moet het gaan om een ontwikkeling die op kleine schaal bewezen effectief is. Het kernteam moet klein zijn met een vaste structuur. Er moet iemand die leeft met dementie bij de cop betrokken zijn; dat kan ook een mantelzorger of vertegenwoordigers van een cliëntengroep zijn, zoals Alzheimer Nederland. Daarnaast zitten er minimaal twee andere disciplines in het kernteam, bijvoorbeeld een zorgprofessional en/of een ontwikkelaar."

En, wat hebben we al opgestoken? Welke overkoepelende bevindingen zijn er?

Liselore: "Bij verschillende cop’s zien we dat veel mensen die leven met dementie waar het om technologie gaat koudwatervrees hebben. Ze zijn bang iets stuk te maken of denken dat het te ingewikkeld is. Maar mensen zijn vaak wel nieuwsgierig, zeker als ze hulp krijgen. Ook denken ze graag mee wat een innovatie voor hen kan betekenen. Als tweede belemmering zien we dat zorgprofessionals het vaak niet als hun taak zien om hun cliënten te adviseren over het gebruik van innovaties. Zij willen zorg leveren, en vaak ervaren ze dit soort adviezen nog niet als zorg. Een derde knelpunt zit bij de bedrijven. Hun innovaties zijn niet altijd even zichtbaar en vaak te duur. Een lamp om beter te slapen is fijn, maar als die € 3.000 kost, dan is zo’n innovatie niet toegankelijk voor de mensen voor wie het bedoeld is. Met alle projecten proberen we deze kloof op een heel klein niveau te overbruggen. Zo kunnen we bedrijven stimuleren een ander businessmodel te gebruiken, bijvoorbeeld verhuur in plaats van verkoop. We zien dat de kloof tussen innovaties en mensen die leven met dementie niet door één partij kan worden gedicht. Het is niet dat mensen met dementie producten moeten kopen, of dat zorgprofessionals innovaties moeten adviseren, of dat een bedrijf innovaties beter moet laten aansluiten op de behoeften van mensen met dementie. De échte innovatie waarmee we dementiezorg duurzaam maken, zit ‘m juist in de samenwerking (de cop)."

interview

'Enjoy the little things in life because one day you`ll look back and realize they were the big things'.

(Kurt Vonnegut)
©2017 Brabantse proeftuin dementie. Alle rechten voorbehouden.